
Bij erfelijke kanker speelt een aangeboren verandering in het DNA een rol. Deze genetische aanleg kan ervoor zorgen dat bepaalde vormen van kanker vaker voorkomen binnen families. Niet iedereen met een erfelijke aanleg krijgt daadwerkelijk kanker, maar de kans kan wel aanzienlijk verhoogd zijn.
Erfelijke kanker ontstaat door veranderingen in genen die van ouder op kind kunnen worden doorgegeven. Bekende voorbeelden zijn mutaties in de BRCA1- en BRCA2-genen, die de kans op borst- en eierstokkanker verhogen. Erfelijke aanleg kan ook een rol spelen bij darmkanker, prostaatkanker, melanoom en andere vormen van kanker.
Waarom genetische diagnostiek belangrijk is
Vroege herkenning van erfelijke aanleg kan belangrijk zijn voor zowel patiënten als familieleden. Genetisch onderzoek kan helpen om:
- Het risico op kanker beter in kaart te brengen
- Gerichte controles of preventieve maatregelen mogelijk te maken
- Familieleden te informeren over mogelijke erfelijke risico’s
- Behandelingen beter af te stemmen op het DNA-profiel van de tumor
Wat patiënten vaak nodig hebben
Een mogelijke erfelijke aanleg kan veel vragen en emoties oproepen. Goede begeleiding door klinisch genetici, gespecialiseerde artsen en psychosociale ondersteuning is daarom belangrijk. Ook betrouwbare informatie en contact met anderen in een vergelijkbare situatie kunnen helpen bij het maken van keuzes rondom onderzoek, behandeling en preventie.
